Veel fotografen prefereren zwart-wit- boven kleurenfotografie. ‘In de beperking toont zich de meester’, lijkt hier het motto. Want: zwart-wit vestigt de aandacht op de kwaliteit van de compositie, niet op de afleidende kleuren.
In het tech-lifestyletijdschrift Bright stond pas een artikel over Iwan Baan. Zijn levensverhaal is in feite een droom die werkelijkheid werd.
Het is onmogelijk niet aan Helmut Newton te denken wanneer je de foto’s van Guy Bourdin ziet. De seksuele lading, elk detail waarover overduidelijk nagedacht is: het is niet vreemd dat beide sterfotografen in de jaren zeventig en tachtig volop voor Vogue werkten.
Via Wilbert Baan ontdekte ik het werk van Jonathan Harris (1979, Vermont). Hij deed onder andere het project The Whale Hunt, waarin hij wekenlang een groep eskimo’s volgde en om de paar minuten een foto maakte.
Pas stond in de surpriselijst Adam Bouska. Getalenteerd fotograaf, met veel zwaar gestyleerd werk dat vooral bij de homogemeenschap en bij modemagazines in de smaak valt. Maar waar vorm soms ook voor inhoud gaat. Dezelfde kritiek kun je hebben op Christopher Knight.
Misschien zal hij er met zijn 32 jaren niet blij mee zijn talent genoemd te worden, maar Roelof Pot was voor mij nog geen bekende fotograaf. Tot een vriend me de link van zijn site doorstuurde.
De homoscene in Amerika koestert hem al als nieuwe superster. Het kan de stap naar mainstream roem bemoeilijken, omdat sommigen je altijd blijven zien als gay kunstenaar. Terwijl het zou moeten gaan om de kwaliteit van je creaties, en daar is in het geval van Adam Bouska weinig mee mis.
Idealisme in de journalistiek wordt een steeds zeldzamer fenomeen. Kritisch, betrokken: ja. Maar je echt opofferingen getroosten om een goed, compleet beeld van de wereld te schetsen, zoals Sven Torfinn doet, is een uitzondering.
Het is een soort mini-3D-cinema waar slechts drie personen in passen. Alleen gaat de hoofdfilm niet over een of ander spannend verhaal, maar over je eigen hersenen. Live televisie dus vanuit je brein.
Op het wereldtoneel speelt Vladimir Poetin ineens weer een rol van betekenis. Rusland moet de snelst groeiende economie worden in de komende twintig jaar, roept hij uit. Die stoere uitsprake maskeren de interne problemen waar het land mee te kampen heeft. Zoals de gruwelijke oorlog in Tsjetsjeniƫ.