De computer als grensrechter
Nederlanders hebben de WK-finale van 1974 als trauma. Maar ook Duitsers hebben hun eigen voetbalnachtmerrie: nog steeds raken ze van de kook als ze denken aan de WK-finale 1966. Zat het schot van Geoff Hurst nu wel of niet? Een nieuw computersysteem moet in de toekomst een einde maken aan dergelijke discussies. Vanuit Neurenberg een blik op de wedstrijd van de toekomst.
// BN/DeStem, 29 maart 2003 // illustraties: Fabienne de Lange en Richard Gesell //
Eerst even een terugblik naar die legendarische julidag in 1966. Wembley. De finale van het wereldkampioenschap tussen het thuisspelende Engeland en Duitsland. De stand is 2-2, elfde minuut van de verlenging, als Geoff Hurst op enkele meters van het doel de bal aanneemt, wegdraait en schiet. Tegen de lat. Op de doellijn. Of toch erachter? De Zwitserse arbiter Gottfried Dienst weet het niet. Zijn Russische grensrechter Tofik Bachramow denkt het wél te weten: hij staat met zijn vlag in de lucht. De Engelsen juichen, een legende is geboren.
Voorbeelden van omstreden situaties zijn er genoeg. Zeker nu bij topwedstrijden tien tot twintig camera’s aanwezig zijn om het falen van een (assistent-)scheidsrechter feilloos te registreren. Bij het laatste WK zou Korea nooit zo ver zijn geraakt als de tegenstanders, Italianen danwel Spanjaarden, niet zo vaak ten onrechte terug waren gefloten vanwege buitenspel.
Supporters van FC Utrecht beginnen nog acuut te trillen als ze aan Wamberto denken. De kleine Ajacied scoorde in de bekerfinale van 2002 ver in blessuretijd de gelijkmaker, waarna de Amsterdammers in de verlenging via sudden death toesloegen. Alleen wezen de tv-beelden meteen uit dat Wamberto meters buitenspel stond. “Sommigen zeggen dat zulke fouten de charme van het voetbal zijn”, weet Jaap Uilenberg, voormalig internationaal toparbiter en nu opperbaas van de Nederlandse scheidsrechters. “Onzin. Zoiets roep je, tot het je zelf treft.”

Ergeren
De Duitsers roepen het inderdaad niet meer. Een aantal bemiddelde voetbalfans daar ergerde zich zelfs zo aan arbitrale dwalingen dat ze besloten er iets aan te gaan doen. Onder leiding van advocaat en liefhebber Hanno Reinert ontstond zo in 2000 de onderneming Cairos. Het doel: per computer exact en onmiddellijk doelpunten, buitenspelgevallen en nog veel meer kunnen vaststellen.
Voor de realisatie (ontwikkelkosten: 7,5 miljoen euro) wendde het bedrijf zich tot het Fraunhofer instituut voor geïntegreerde schakelingen in Erlangen. Sinds drie jaar zijn daar tot twintig wetenschappers bezig met de ontwikkeling van het systeem. Het project is nu in de prototypefase: in het stadion van Neurenberg staat de eerste proefopstelling.
Ook de plaatselijke 1.FC Nürnberg heeft zo een historie met arbitrale dwalingen en werkt daarom maar wat graag mee aan de ontwikkeling van Cairos. In de uitwedstrijd tegen Bayern München (2-1 nederlaag) in april 1994 kreeg de degradatiekandidaat een doelpunt tegen dat nooit gemaakt was. Bayern-speler Thomas Helmer miste namelijk op tien centimeter afstand van het doel, maar de grensrechter kende tot ieders verbazing een doelpunt toe. Na het bekijken van de tv-beelden werd het duel overigens overgespeeld. “Maar zulke fouten zijn een ramp voor scheidsrechters”, vertelt woordvoerder René Dünkler. Vandaar dus het Cairos-systeem.
Wereldprimeur
De 40.000 plaatsen van het Frankenstadion zijn deze donderdagmiddag onbezet. Toch is er deze keer een heuse wereldprimeur te bewonderen op de grasmat. Een voetballertje dribbelt met een bal over de middencirkel. Niks bijzonders, alleen zit in die bal een zender. Waardoor het speeltuig op een computerscherm op de tribune tot op de centimeter precies te volgen is. “En omdat we bijvoorbeeld precies weten hoe groot het veld is en waar de doelen staan, kunnen we meteen alarm slaan als de bal uit is of in het doel zit”, legt Dünkler de basis van het systeem uit.
Op dit moment kan Cairos alleen nog maar de bal volgen. Volgens de woordvoerder is dat echter één van de moeilijkste stappen. “Een bal kan zich met 140 kilometer per uur verplaatsen, de versnelling is soms achthonderd keer de zwaartekracht. Als je dat bij kunt benen, is het volgen van de spelers relatief eenvoudig.”
Over een jaar moet het systeem alsvolgt werken: de bal zendt tweeduizend keer per seconde een signaal uit. De zenders in de scheenbeschermers van de spelers doen hetzelfde, maar dan minder frequent. De signalen worden opgevangen door antennes. Die hangen in het Frankenstadion aan de tweede tribunering en in de lichtmasten. De gegevens gaan via glasvezelkabel naar een supersnelle computer, die de posities van bal en spelers berekent. “Zo snel dat je het verschil met het menselijk oog niet waar kunt nemen.”
Tot voor kort was de techniek het knelpunt. De computer in Neurenberg is ‘uniek in de wereld’, zit tegen de grenzen van de technische mogelijkheden. Maar het werkt allemaal wél. Tests in de Arena Auf Schalke in Gelsenkirchen wezen uit dat de zenders zelfs in een vol stadion, met duizenden werkende gsm’s, niet beïnvloed worden. “Al is een stadion met een dak wel lastiger voor ons, omdat de signalen weerkaatsen tegen het plafond.” Ook voor hackers (computercriminelen) zijn de technici niet bang. “Onze zenders werken met een unieke code. Als ze ons willen saboteren, is het waarschijnlijk makkelijker om de bal te jatten.”
Revolutie
De mannen van Cairos moeten volgens projectleider Thomas von der Grün de komende twaalf tot vijftien maanden nog twee belangrijke stappen zetten. De zenders in bal en scheenbeschermer moeten geminimaliseerd worden en de computer moet leren wat een pass is. “Als de pc ziet dat de bal een versnelling krijgt en vertrekt bij een scheenbeschermer, moet hij leren dat het een pass is en het buitenspel kan zijn. Om hem dat te leren hebben we mensen van de universiteit van München onder leiding van Christian Holzer, die ooit nog bij 1860 München profvoetbal speelde.”
Als dat allemaal lukt, zou het een revolutie in de conservatieve voetbalwereld zijn. Zo kan de scheidsrechter via een polscomputer signalen als ‘doelpunt’ of ‘buitenspel’ doorkrijgen. Of de muur op 9 meter vijftien zetten. Trainers kunnen nog tijdens de wedstrijd via de pc hun team analyseren. Hoe hard het schot was? Hoe ver naast? Het publiek op de tribune en de huiskamer kan het meteen zien. Televisiezenders kunnen straks ook onbemande camera’s inzetten om spelers te volgen: via Cairos weten ze precies waar Ronaldo rondloopt.
Enthousiast
Jaap Uilenberg is in elk geval enthousiast over de ontwikkelingen. In 1996 floot hij in Eindhoven al eens een wedstrijd van de toekomst. In samenwerking met TNO uit Delft werden een aantal technieken uitgeprobeerd. “Op zich was die ervaring heel positief. Sommige hulpmiddelen zijn heel goed bruikbaar.”
Zijn Duitse collega Strigel praatte hem al bij over Cairos. Uilenberg weet dat het systeem nog verder uitgebouwd moet worden. “Maar binnen de arbitrage is een breed draagvlak voor technische hulpmiddelen. We hebben samen één doel: een goede, objectieve waarneming. Iedereen weet dat dat nu niet kan. Wij zijn voorstander van elk systeem dat de waarneming kan verbeteren, mits we niet elke keer de wedstrijd minuten stil moeten leggen.”
De Nederlander beseft echter maar al te goed dat alles valt of staat met de houding van de Fifa, een orgaan dat op zijn zachtst gezegd niet vooruitstrevend te noemen is. Kenmerkend was een recente evaluatie van het WK in Japan en Zuid-Korea. Conclusie: niks veranderen. “Ik snap ook wel dat de Fifa een mondiale organisatie is, dat sommige zaken in Timboektoe moeilijk uitvoerbaar zijn. Maar met name voor situaties die wedstrijden kunnen beslissen zou je iets in kunnen voeren. Een goalsensor is nog wel het makkelijkst.”
WK 2006
Als Cairos als doelpuntenalarm zou mogen fungeren van de Fifa, zouden de ontwikkelaars al erg tevreden zijn. Ze kozen het Frankenstadion niet voor niets: het is een van de twaalf stadions waar over iets meer dan drie jaar om de wereldtitel gestreden gaat worden. De Duitsers zouden maar wat graag tijdens dat toernooi het systeem inzetten.
Tot dan is het nog een behoorlijke weg. In de zomer van 2004 moeten techniek en software helemaal klaar zijn. Daarna zou het systeem stadion voor stadion (kosten: steeds 250.000 euro) ingevoerd moeten worden in de Bundesliga. En uiteindelijk op het WK. Als het mag van de Fifa.
“We hebben al enkele keren met ze gesproken en ik wil ze nou niet echt conservatief noemen”, zegt Dünkler diplomatiek. “Maar ze willen, met als de DFB, eerst eens een systeem zien dat werkt. Over zaken als passief of actief buitenspel moet de scheidsrechter gewoon kunnen blijven beslissen. Het zou al mooi zijn als we nooit meer een Wembley-Tor krijgen.”