Een vriend van de Britse muziekpers is Brett Anderson nooit geweest. Maar in de tijden van de glampop van Suede kon hij niet genegeerd worden. Nu hij zich als solo-artiest profileert, lijkt het Anderson-bashen wel een nationale sport geworden voor critici. En dat verdient zijn tweede plaat Wilderness niet.
Wie zin heeft om alleen maar lekker mee te zingen en te springen, hoeft zijn tijd niet te besteden aan TV On The Radio. Maar wie zijn best doet om de weerbarstige muziek te doorgronden, zou zich wel eens langzaam maar zeker kunnen laten meeslepen door de band uit Brooklyn.
Nooit gedacht dat uit een door mij bediend toetsenbord ooit nog eens een positieve recensie zou vloeien over een instrumentale plaat. Maar dankzij O Soundtrack My Heart, het tweede album van het Australische trio Pivot, gaat het toch lukken.
Negen platen en 24 jaar ver is Primal Scream in zijn carrière, maar van een eigen geluid is nog steeds niks te bespeuren. Sommigen vinden het maar niks. Anderen vinden de experimenteerdrift van de Schotten juist geweldig: geen album is hetzelfde.
Weinig frisse plaatjes gehoord, dit jaar, maar de Black Kids brengen daar verandering in. Ongecompliceerd, dansbaar en met een gezonde dosis lef blazen ze met een sausje disco de Britse concurrentie omver.
Het heet Rock Werchter, maar de festivalwei viel even helemaal dood- en doodstil toen Sigur Ros het podium in bezit nam. Eerst maakte verbazing zich meester van het publiek, vanwege de ijle stem van zanger Jonsi. Maar al snel werd de sprookjeswereld van de IJslanders bewonderd.
Wat maakten ze de laatste jaren vervelende platen. Alleen op het podium kwam R.E.M. nog wel eens tot leven, al was het laatste bezoek aan Ahoy ook niet bepaald overtuigend.
Om goede muziek te maken, is het noodzakelijk dat er regelmatig knetterende discussies zijn tussen bandleden, vond Tom Barman. Na de vorige plaat Pocket Revolution herzag hij zijn mening: gitarist Craig Ward (had geen zin om te touren), bassist Danny Mommens (besteedde veel tijd aan zijn eigen groep Vive La Fete) en drummer Jules De [...]
Soms denk je als muziekrecensent echt een geweldige nieuwe band ontdekt te hebben. In 2002 schreef bovengetekende dat leadzanger Mark Greaney van JJ72 een enorm talent was. ‘Kijk niet vreemd op als Greaney de volgende keer een Mellon Collie-achtig meesterwerk aflevert’, was de slotzin, verwijzend naar de legendarische plaat van The Smashing Pumpkins.
Het is al vaker gezegd: echt unieke concerten beleef je niet elk jaar, en albums die klassiekers worden zijn net zo’n zeldzaamheid. Bovendien is tijd een steeds limiterender factor om concertzalen af te struinen en platenbakken door te worstelen.